column

Normaal gesproken ga je met een geschil ter beslechting naar de overheidsrechter. Maar tegenwoordig zijn er ook e-courts of robot rechters. Meerdere leden van de FHI vragen zich af of zij daar als bedrijf mee te maken kunnen krijgen. Het antwoord is vrijwel zeker dat dit niet zo is. Ik licht dit toe.

De overheidsrechter

Frank Meijers
Frank Meijers, Flex Advocaten

De overheidsrechter is onafhankelijk, moet zich aan de wet houden. Zo krijgen partijen altijd de kans om op de ander te reageren en krijgen ze voldoende tijd om zich te verdedigen. Van een uitspraak van de rechter kan je vervolgens in beroep of zelfs in cassatie. Maar de gang naar de rechter is duur. Voor een incassogeschil betaal je al bijna vijfhonderd euro.

Vaak staat tegenover een weigering om te betalen een ondeugdelijke levering. Dan wordt het al gauw een “gewone” handelszaak. Voor een geschil over een handelszaak moet je al snel een tot drie duizend euro af tikken en dit kan flink oplopen bij complexe zaken. Daar komen de kosten voor de advocaat nog bij. Ga je in beroep, dan wordt het nog een keer zo duur.

De digitale arbitrage

Bedrijven als E-court, Digitrage en Stichting Arbitrage richten zich op de grote hoeveelheden van incasso’s van bijvoorbeeld zorgverzekeraars. Deze bedrijven bieden voor ca. honderd euro de mogelijkheid om een incassogeschil op te lossen middels digitale arbitrage. Zowel de eiser als de gedaagde kunnen via een portal de relevante stukken uploaden waarna er snel een uitspraak terugkomt. Dit is geen officieel vonnis zoals we dat van de rechtbank kennen. Pas wanneer het arbitragevonnis een stempeltje van de rechtbank heeft gekregen kan daarmee beslag gelegd worden op bezittingen van de gedaagde.

Wat stelt een digitaal arbitragevonnis voor?

Het kortste antwoord: waarschijnlijk heel erg weinig. Met een beetje pech is er zelfs geen mens aan te pas gekomen. De digitale arbitragebedrijven zijn partijdig want ze willen grote opdrachtgevers zoals verzekeraars te vriend houden. Daarnaast is niet bekend wie de arbiters zijn, of zij überhaupt verstand van het recht hebben en of zij het recht juist hebben toegepast. Het vonnis is niet openbaar waardoor het niet gecontroleerd kan worden door anderen. De rechtbank die er een stempeltje op zet controleert niet of de inhoud klopt, de rechter beoordeelt niet of het recht correct is toegepast. Het is niet veel meer dan een formaliteitencheck. Er zijn geen waarborgen voor een inhoudelijk deugdelijk vonnis en een deugdelijk proces.

Dus…

Een vonnis van bijvoorbeeld E-court is onvergelijkbaar met een vonnis van de rechter. Zonder de stempel van een rechtbank erop kan de schuldeiser er helemaal niets mee. Er is geen enkele garantie dat de vonnissen inhoudelijk deugen. Twijfelt u over de vordering, dan kunt u beter naar de rechtbank gaan.

Waarom niet relevant voor FHI-bedrijven?

Bij digitale arbitrage gaat het om incassobulkzaken zoals die van zorgverzekeraars. Dat gaat om grote aantallen niet betwiste vorderingen. De incassozaken waarmee FHI leden eventueel te maken krijgen zijn doorgaans betwiste vorderingen omdat er bijvoorbeeld een ondeugdelijke levering van de andere partij aan ten grondslag ligt. Dat vraagt om een gegarandeerd grondig en uitvoerig feitenonderzoek en juiste toepassing van het recht in een deugdelijk proces. Die garanties kan digitale arbitrage niet bieden.

Conclusie

Schuldeisers van FHI leden zullen hen niet snel voor de robotrechter dagen. Gebeurt dat wel, dan kunt u daartegen bezwaar maken en komt de zaak alsnog voor de echte rechter.