‘Wij krijgen vooral de moeilijke gevallen’

Ferry Toth, directeur Exalon Delft

‘Wij krijgen vooral de moeilijke gevallen’

Denk je eens in, je bent het zat. Je wilt wat anders: spanning, avontuur, verandering. Herkennen we allemaal wel dat gevoel, nietwaar heren? Kun je een paar dingen doen, een motor kopen, een half jaartje mantra’s zoemen in een Boeddhistisch klooster of, zoals Ferry Toth van Exalon Delft, je eigen bedrijf oprichten. Waarin je je toelegt op de dingen waar je goed in bent: electronic product design. Zo goed dat niemand er achteraf van opkijkt dat je er in betrekkelijk korte tijd internationale bekendheid mee hebt verworven.

Publicatie; Signalement, Tekst; Paul van Nieuwenburg, Fotografie; Leo de Jong

Exalon Delft dus, dat was de naam die Ferry Toth en zijn partners aan hun bedrijf gaven toen ze

in 2004 de daad bij het woord voegden en voor zichzelf begonnen. Daarvoor werkte hij bij wat nu Honeywell Enraf heet aan de ontwikkeling van servo level gauges. Zeer nauwkeurige instrumenten die op basis van cruciale factoren zoals temperatuur en soortelijk gewicht de exacte inhoud van opslagtanks meten. Erg boeiend, maar ook wel wat eentonig. Niet het werk, maar de baan. Bovendien, er was een idee. Voor een thermometer.

Een thermometer?

“Inderdaad, een universele intrinsiek veilige temperatuurmeter voor opslagtanks. Wat dat betekent, intrinsiek veilig? Zoals je waarschijnlijk weet kan in de nabijheid van bepaalde materialen een kleine vonk genoeg zijn om een ramp te ontketenen. Inderdaad, een explosie. Intrinsiek veilige instrumenten zorgen er simpel gezegd voor dat die niet gaat plaatsvinden.”

Explosies die niet gaan plaatsvinden… Wat moet ik me daarbij voorstellen?

“Alles gaat vroeg of laat een keer stuk. Daar kun je op wachten. Ik heb het over kortsluiting of een ander defect aan een elektronisch apparaat dat een vonk kan veroorzaken. Om te voorkomen dat de boel dan explodeert kun je verschillende maatregelen nemen. Namelijk, zorgen dat vonk en explosiegevaarlijke gas of stof van elkaar gescheiden blijven, bijvoorbeeld door het instrument in te gieten of in een drukvaste behuizing te plaatsen en te isoleren. Of je begrenst de spanningen en stromen in het elektrische circuit, zodat de energie die bij een vonk vrijkomt te laag is om een explosie te veroorzaken. Ziedaar, intrinsieke beveiliging. Dat doen wij dus.”

Dat zal niet altijd even eenvoudig zijn

“Valt soms wel mee, bijvoorbeeld als volstaan kan worden met het plaatsen van een ‘barrier’, zeg maar een begrenzer die er voor zorgt dat het vermogen in het risicogebied onder de  0,5 Watt blijft. Wordt het moeilijk, ik bedoel écht moeilijk, dan komen ze bij ons.”

Geef eens een voorbeeld?

“Denk aan havens waar van die enorme tankers binnenlopen, niet zelden geladen met uiterst explosiegevaarlijke stoffen. Je kunt je voorstellen dat er veel aan gelegen is om die schepen héél voorzichtig af te laten meren, zonder dat ze de kade raken. De loodsen die dat doen worden daarbij steeds vaker geholpen door wat men Large Displays noemt. Enorme LED-panelen die exact de afstand en snelheid van het schip aangeven en zelfs nog op 250 meter goed te lezen zijn. De vraag die ons gesteld werd: of we die displays explosieveilig konden maken. Nou, ik kan je vertellen, dat was geen sinecure. Het aanbrengen van drukvaste behuizingen was vanwege het grote oppervlakte sowieso al geen optie. Barriers ook niet, die leveren op zijn best 0,75 Watt, te weinig voor de LED’s. Goed, geen standaardoplossing dus. We moesten uit een ander, innovatiever vaatje tappen. En dat is

gelukt. We hebben een intrinsiek veilige voeding ontwikkeld die 6 x 30 Watt opleverde. Plus een temperatuur beveiliging in de display zelf die al dat vermogen op een volkomen veilige manier in licht omzet. Zijn we best trots op. Had niemand voor ons nog gedaan.”

Goed hoor! En die dingen gaan nu de hele wereld over?

“Jazeker. Dit was een opdracht van een gespecialiseerd internationaal opererend bedrijf. Die displays zijn ondertussen in menig haven te bewonderen. Dit soort opdrachten, om een bestaand product explosieveilig te maken, krijgen we trouwens vaak. Af en toe lukt dat zonder ingrijpende technische aanpassingen te hoeven doen, soms kan het niet anders dan dat alles eruit moet en de hele handel opnieuw ontworpen moet worden.

Oh… van wie en waarom?

“Niet van iemand maar van een Europese richtlijn die ATEX heet. Omdat die harde eisen aan explosieveiligheid stelt. Tja, en dan kan het gebeuren dat een fabrikant een product eigenlijk al te ver heeft doorontwikkeld voordat ze het ons aanbieden.”

Even een vraagje tussendoor: als er nou een kortsluiting plaatsvindt en de beveiliging in werking treedt, werkt het apparaat dan nog?

“Dat hangt er vanaf. Soms is permanente schade onvermijdelijk, bij telefoons is dat vaak het geval. Voor de ATEX-notificatie, zeg maar onze explosie veiligheidscertificering, maakt het trouwens niet uit. Voor onze klanten wel. Die willen natuurlijk dat alles blijft werken. Waar het kan proberen we de beveiliging  te beveiligen.”

Over klanten gesproken, waar zitten die zo al?

“Onze oplossingen vinden met name hun weg naar de petrochemische industrie. Wereldwijd, direct en indirect via toeleveranciers. Intrinsieke beveiliging heeft daar vaak de voorkeur boven andere methodes. Behalve als het niet anders kan, als het benodigde vermogen hoger is dan 30 Watt. Daar ligt de grens. Dat betekent overigens niet dat we dan meteen uit beeld zijn. We hebben er geen enkel probleem mee om af en toe uit onze comfortzone te stappen. Zo hebben we wel eens een robot onder handen genomen die het waterstofsulfidegehalte in een nieuw olieveld moest meten. Probleem met dat spul is dat als je het ruikt er nog niet zoveel aan de hand is. Ruik je het niet, dan is er wel wat aan de hand. Dan is het per onmiddellijk einde verhaal om precies te zijn. Gevaarlijk goedje dus, waterstofsulfide. In die robot hebben we meerdere technieken gecombineerd. De accu’s hebben we geïsoleerd, de besturing hebben we beveiligd door middel van overdruk, de camera’s door middel van intrinsieke beveiliging. Het project is helaas voortijdig afgeblazen. Had te maken met het feit dat het olieveld uiteindelijk niet rendabel bleek te zijn. Jammer.”

En jullie concurrentie?

“Die zit vooral in het buitenland. Hier in Nederland zijn we de enige partij die zich op dit niveau heeft gespecialiseerd in intrinsieke veiligheid. Overigens, voor alle duidelijkheid, intrinsieke veiligheid is weliswaar de hoofdmoot, maar niet het enige wat we binnen Exalon Delft doen. We zijn ook actief op het gebied van analoge elektronica, sensor technologie, digitale meettechnieken en fieldbus technologie. Aardig om te vermelden is dat we daarbij HART toepassen, een communicatieprotocol waar we eigenlijk bij toeval, toen we aan onze thermometer werkten, op gestuit zijn en die we vervolgens hebben omarmd. Latere protocollen bleken namelijk niet goed aan te sluiten bij de vraag uit de markt. Daardoor en door de introductie van draadloze communicatie is er een hernieuwde belangstelling voor HART ontstaan. En niet ten onrechte. HART maakt gebruik van een digitaal signaal waarmee in twee richtingen gecommuniceerd kan worden over bestaande bekabeling. Daardoor is het bruikbaar voor zowel modernere als oudere instrumenten.”

Jullie zijn een klein specialistisch bedrijf, hebben jullie wel genoeg tijd voor je marketing en sales?

“In het viermanschap dat we nu zijn hebben we een uitstekende balans en taakverdeling gevonden om onze kwaliteit te borgen. Het onderhouden van contacten met onze klanten en stakeholders heeft daarin ook een plaats. Maar om nou te zeggen dat we voortdurend hard aan de marketingcommunicatieboom schudden: nee. Natuurlijk, we presenteren ons daar waar we denken dat het nut heeft, maar weet je, eigenlijk profiteren we al vanaf het eerste moment van de schaarste aan aanbieders in dit vakgebied. En aan het feit dat explosiebeveiliging een verplichting is en lang niet altijd een keuze. Bedrijven beginnen vaak pas te googlen op het moment dat het aan de orde is. Bedenk daarbij dat wij zeker in onze beginjaren een toegankelijkere website hadden dan de meeste van onze concurrenten. In die tijd was iedereen met Flash in de weer, dat was toen erg in, maar

zoals iedereen inmiddels weet, de dood in de pot wat betreft je vindbaarheid. Het zal je dus niet verbazen dat wij bij dat gegoogle meestal bovenaan in de zoekresultaten stonden.”

Geen echte noodzaak dus om de markt wat meer te bewerken?

“Nou, eigenlijk wel. Toen we startten wilden we naar een organisatie van zo’n tien man. Dat is anders gelopen. Een en ander heeft te maken met het vinden van goede gekwalificeerde mensen, maar ook met de ontwikkelingen zoals die zich hebben voltrokken. Op zich prima, het gaat goed, alleen willen we toch nog een slag  maken. Onze huidige ambitie is doorgroeien naar een organisatie die zich voor 50% bezighoudt met productontwikkeling en 50% met dienstverlenende activiteiten. Het aantal personen dat daarbij dan aan dient te schuiven hebben we nog niet concreet voor ogen, maar dat er enkelen bij moeten zitten die ons kunnen aanvullen op marketing en sales is evident. Wij met zijn vieren zijn immers de vakmensen, de uitvinders, de ontwerpers, de ingenieurs, de bedenkers, de makers. Niet zo zeer de verkopers. Kunnen we wel, maar eigenlijk laten we dat het liefst over aan mensen die dat nog beter kunnen.”