Industrial Ethernet

Industrial Ethernet

Door: FHI Digitale Service

Succesvol evenement in Rotterdamse Kuip

Industrial Ethernet

Onlangs werd in de Kuip in Rotterdam het evenement ‘Industrial Ethernet’ gehouden. De goedbezochte dag bleek een prima gelegenheid om kennis en kunde met elkaar uit te wisselen. Voor een ieder die het gemist heeft, schoof Process Control aan bij de eerste twee plenaire lezingen van het evenement.

Joeri van der Kloet, Process Control

Michiel Verheij, Product Owner bij TRIMM

TRIMM is een in Oost-Nederland gevestigd webbureau met een specialisme in complexe digitale projecten in de (hightech) B2B-wereld. Klanten van TRIMM zijn onder andere Philips Lightning, TenCate, KPN en andere bekende techbedrijven. Michiel Verheij vertelt wat TRIMM zoal doet: “Denk daarbij aan een portal voor Philips waarmee het bedrijf met haar resellers kan communiceren, een specifieke sales applicatie voor KPN, alles behalve de simpele projecten voor de wat grotere klanten. Interessant is dat we zien dat we daarbij ook steeds dichterbij de interne processen komen te zitten. We zitten dus niet alleen aan de gebruikerskant, maar ook echt bij de core business van het bedrijf zelf. Daarbij spelen cyber security en privacy uiteraard een belangrijke rol. We hebben dus zowel met de marketingafdeling als de IT-afdeling van onze klanten te maken.”

Taxibranche

2016-05-30 ethernettrimm

‘Door de beschikbaarheid van sensoren, het internet, door het kunnen opslaan van data, krijgen partijen ineens heel veel informatie en inzichten die ze voorheen niet hadden. Inzichten kunnen dus worden vergroot. Da’s één ontwikkeling: inzicht. Een andere belangrijke ontwikkeling is het feit dat je mét die informatie invloed kunt uitoefenen, zowel manueel, als geautomatiseerd. Wat je steeds meer ziet is dat je op basis van beschikbare gegevens zelfstandig betere beslissingen kunt nemen en dat je met die gegevens ook beter geautomatiseerd processen kunt laten aansturen.” In de verschillende industriële revoluties leidden de ontwikkelingen van nieuwe tools elke keer weer tot een ander soort gedrag. “Bij de vorige drie industriële revoluties ging het om atomen, om tastbaar materiaal dus. Nu gaat het om bits, om stukjes informatie. De gevolgen, zowel voor de industrie als voor de maatschappij, zijn echter groter dan wat we tot nu toe gezien hebben. Dit lijkt dan ook een echt andere revolutie dan de vorige drie revoluties. Om een voorbeeld te geven: kijk maar eens naar Über. Die trekken een complete taxibranche omver, terwijl ze geen enkele taxi bezitten. Facebook is ook een fraai voorbeeld. Het medialandschap is er totaal door ontwricht. Wat je ziet is dat partijen die eigenlijk helemaal branchevreemd zijn, maar uitermate sterk zijn op IT-vlak, branches volledig overhoop weten te trekken. Het effect is nog veel ingrijpender dan de komst van de stoommachine op het paard en de trekschuit had. Ik vergelijk het fenomeen dat we nu doormaken weleens met een aardbeving. Terwijl de meeste mensen zich nog helemaal niet realiseren wat er aan de hand is, staat de grond te schudden. Dat is ook echt zo. Ik las deze week dat de helft van de managers nog niet eens weet wat IoT is. Over tien tot vijftien jaar hebben we bijvoorbeeld geen chauffeurs meer nodig. Ja, een chauffeur is dan iemand die vanuit z’n huis met een laptop een stuk of vijf vrachtwagens op afstand over de weg begeleidt. Maar niet alleen de vervoersbranche gaat veranderen. Je hebt zo meteen een voegrobot, een aspergesteekrobot, enzovoorts. Er zal een verschuiving plaatsvinden van handwerk naar hoogspecialistisch kenniswerk. Ik maak me in die zin ook wel zorgen om bepaalde lagen in de samenleving waar ze dit niet kunnen bijhouden.”

Middel vs doel

“We hebben het wel heel vaak over Internet of Things, maar ik vind dat er veel te weinig wordt gekeken naar de menskant van die zaak. Kijk, het gaat er om dat de sensor die data genereert een bepaalde waarde oplevert voor mensen. Het is dus niet zo dat je ‘iets moet’ met Internet of Things, nee, mensen willen dat dingen efficiënter kunnen, dat ze minder geld kosten, dat ze meer gemak opleveren, dat ze meer plezier opleveren en daarvoor kan het Internet of Things een oplossing leveren. Neem bijvoorbeeld een slimme thermostaat. Het is niet zo dat je een slimme thermostaat wilt, nee, je wilt vanuit de file je verwarming aan kunnen zetten en je wilt inzicht in je verbruik. Als je dat doortrekt naar de industriële kant, zie je dat mensen een single piece flow willen, personalisatie van producten, je wil snel kunnen starten, je wil flexibel kunnen zijn als fabrikant, je wilt kosten besparen. Je moet dus vooral niet het middel met het doel verwarren.”

IoT

Een van de meest gehoorde kritiekpunten is dat Nederland te laat begonnen is met de vierde industriële revolutie. Verheij is het daar niet mee eens: ‘Industrie 4.0 is nu zo’n tien jaar aan de gang en wat je ziet is dat er heel veel bedrijven zijn die al best mooie dingen doen, maar hun activiteiten nog niet scharen onder deze vlag. Smart Industry is nu een hot item, omdat dat het nu goed doet voor de marketing, of om een subsidie binnen te halen, maar er zijn echt al heel veel bedrijven die al heel lang bezig zijn met deze ontwikkeling. We zijn als Nederland dus echt wel goed bezig, alleen heeft de vermarkting van deze ideeën wat achtergelopen. Dat is de typisch Nederlandse schijterigheid. We zijn te bescheiden en we gaan altijd maar gewoon door. Kennelijk moet iemand anders tegen ons zeggen: ‘wat je daar aan het doen bent, is eigenlijk best speciaal.’ Op het moment dat je er zelf middenin zit, zie je dat niet zo makkelijk meer. En toch doen we het dus best goed. Er wordt geschat dat van de toegevoegde waarde van IoT, zeker tachtig procent door de industrie voor z’n rekening wordt genomen.”

Vliegtuigmotor

Dat bedrijven anders moeten gaan denken door de komst van IoT wordt fraai geïllustreerd door vliegtuigmotorenbouwer General Electrics. Verheij: “Voorheen bouwde je elke zoveel jaar een nieuwe motor die of krachtiger of zuiniger was. Tegenwoordig gaat het heel anders: nu heb je een motor die connected is en dat heeft enorme gevolgen voor zo’n bedrijf, want wat ga je doen met die enorme hoeveelheden data die zo’n motor genereert? Daar heb je dataspecialisten voor nodig. Een klant wil nu weten wanneer onderdeel x van de motor aan vervanging toe is. En die motor kan dat aangeven, maar je moet wel weten hoe je die informatie boven water krijgt. En daar zijn niet voldoende mensen voor, ook in Nederland.”

Roelof Klein, System Engineer bij Alliander

Roelof Klein werkt bij de afdeling Digitale Netten, Innovatie en Livelab en houdt zich bezig met ontwikkelingen voor de IT & OT van Liander. “Liander heeft meer dan veertigduizend middenspanningsruimtes (MSR’s), je kent ze wel, de hokjes van twee bij twee die in elke wijk staan. Liander ontstond ooit uit Nuon, maar nu beheert Liander de distributienetwerken en daar horen ook die MSR’s bij.”

Proeftuin

2016-05-30 ethernetallianderDoor de energietransitie is er ook bij Liander het een en ander aan het veranderen. Klein: “We zullen veel meer gebruik gaan maken van windmolens, zonnepanelen, opslag, warmtepompen en elektrische auto’s. Er zal dus veel meer gebruik worden gemaakt van de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Je hebt daarbij twee opties om het distributienetwerk van Nederland klaar te maken voor de verduurzaming die gaat komen. Of je legt overal veel dikkere kabels neer, of je gaat er voor zorgen dat de kabels zoals ze er nu liggen, beter gebruikt worden. Het netwerk verzwaren is een kostbare optie, omdat je dan overal de grond in moet. Het bestaande distributienetwerk intelligenter laten functioneren is dan de andere optie. We hebben LiveLab in het leven geroepen om praktijktesten op een veilige en beheerde manier in het net te kunnen uitvoeren. Daarmee voorkom je dat iedereen zijn eigen proeftuin gaat creëren. Een leuk voorbeeld is het project op Texel. De gemeente Texel heeft als voornemen om energiezelfstandig te worden. Daarvoor is een eigen energiemaatschappij opgericht, zijn er vele zonnepanelen geplaatst, hebben veel huishoudens apparatuur in huis gekregen om hun verbruik inzichtelijker te maken en is het gasnet voorzien van apparatuur om meer inzicht te krijgen. Omdat Texel een eiland is, leent het zich uitstekend voor dit project.”

Defence in depth

Een ander interessant project is vakantie-park Bronsbergen. “Hier is een aantal huishoudens uitgerust met zonnepanelen en één van de huisjes heeft Liander vol gezet met apparatuur om voor de andere huisjes in dat dorp de vraag en het aanbod van energie beter op elkaar te gaan afstemmen. Uiteraard worden de huisjes uitgerust met slimme huishoudelijke apparatuur en daarmee kun je een veel betere balans realiseren, vandaar ook de naam E-balance. We doen dat onderzoek overigens niet alleen: de TU Twente, de universiteit van Malaga en andere partijen zijn bij dit project betrokken. Juist omdat zo’n vakantiedorp een sterk versimpelde weergave van een echt dorp is, kun je veel leren van zo’n project.” Het schema van het E-balance project vertoont sterke gelijkenissen met het schema van een willekeurige productieplant. “Met dat grote verschil dat in dit geval de sensoren zich in een ‘hostile environment’ bevinden, namelijk niet op het terrein van de fabriek. We weten dus nooit precies wat er met onze sensoren gebeurt. Er kan dus met een sensor getampered worden, het huisje kan opengebroken worden, enzovoorts. Om te voorkomen dat er op de informatieketen wordt ingebroken past Liander ‘defence in depth’ toe. Alle componenten van de informatieketen zijn beveiligd, simpelweg omdat je nooit weet waar je aanval zal komen.”

RTU’s

Bij Defence in Depth hoort ook het kritisch analyseren van alle apparatuur die in de keten van het distributienetwerk wordt gebruikt. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de RTU’s, dat zijn de PLC’s van een distributienetwerk, zien we een ongelofelijke verscheidenheid in hoe goed deze apparatuur beschermd is De visie van een bedrijf dat dit soort RTU’s fabriceert wordt vaak heel goed gereflecteerd in hun product. Er zijn dus RTU’s die goed beschermd zijn en er zijn er die nog beter beschermd moeten worden. Dat staat los van de grootte van het bedrijf dat die apparatuur ontwikkeld.”

IT vs OT

Zoals bij de meeste bedrijven, wordt er bij Liander onderscheid gemaakt tussen IT en OT security. “Bij IT speelt dit soort problematiek natuurlijk al veel langer door de virussen die we allemaal kennen. De problematiek was tot voor kort bij OT onderbelicht. Om gereed te zijn voor de toekomst is Liander deze afdelingen gaan harmoniseren. We hebben daarbij gebruik gemaakt van de IEC 27000 serie standaarden en ook de energiesector specifieke IEC 27011 en IEC 27019 standaarden. De eerste kennen we uit de telecom en de tweede is een Duitse standaard die specifiek voor de energiesector is ontwikkeld. Wij hebben dit zo kunnen harmoniseren omdat IT en OT bij Alliander één organisatie geworden is. Dat zie je eigenlijk nooit, maar dat zorgt er voor dat er veel zaken mogelijk zijn die in andere organisaties veel moeilijker liggen.”

Normaal heeft degene die de OT implementeert nauwelijks contact met de IT afdeling. Bij Liander gaat dat anders. Klein: “We hebben bijvoorbeeld engineers bij LiveLab die de routers configureren die in het veld komen te hangen en zij overleggen en testen samen met de IT-medewerker die over de firewalls gaat om samen de beveiligde verbindingen op te zetten. Daar zit geen enkele schijf meer tussen.”

“Er zijn ook verschillende rollen gedefinieerd, vervolgt Klein. “Je zorgt er voor dat degene die het user management doet, niet ook het server management doet en dat degene die de firewalls configureert weer een ander is. Het doel is dat je mensen specifieke rollen geeft. Daarmee voorkom je dat een individueel persoon zich volledig toegang verschaft tot onze omgeving. Welnu, binnen de IT is deze benadering vrij gewoon, maar bij ons is diezelfde benadering dus ook uitgerold naar het OT-domein. Je hebt bij ons niet één iemand die het hele traject beheert. Ook dat is onderverdeeld in een aantal afzonderlijke rollen. Daardoor is het onmogelijk dat één iemand volledig toegang kan krijgen. Bij het Stuxnet virus had je bijvoorbeeld niet zo’n scheiding in afzonderlijke rollen. Als er één tip is die ik aan bedrijven in de procesindustrie wil meegeven is dat ze zo snel mogelijk hun IT en OT organisaties samenvoegen. Dat traject kost tijd en energie, maar het loont absoluut.”

Bron: Process Control