Diffrentiatie dieetpreparaten


Naar aanleiding van het voorstel van de Minister om diffrentiatie van het eigen risico voor verzekerden ook bij dieetpreparaten mogelijk te maken per 1 januari 2017,  heeft de Tweede Kamer op 7 juli 2017 de motie-Bouwmeester aangenomen over een breed aanbod van dieetpreparaten waarin de regering wordt verzocht ‘de NZa opdracht te geven de inkoopnorm zodanig vorm te geven dat de door verzekerden, patiënten en zorgverleners ervaren kwaliteit wordt meegewogen, zodat een breed aanbod gegarandeerd wordt’.

De minister heeft de Kamer tijdens de Begrotingsbehandeling geinformeerd dat de NZa hier reeds bezig is en  dat de rapportage zal verschijnen voor het Algemene Overleg Pakketbeheer. Dit overleg vindt echter pas plaats in juni 2017 en heeft betrekking op het pakket van 2018.

FHI heeft in samenwerking met de stuurgroep ondervoeding eerder aangegeven een breed aanbod van smaken, merken en substantie in dieetpreparaten voor te staan. Een beperking van het aanbod, zoals een enkele verzekeraar voorstaat, heeft grote nadelen voor de patiënt. Dit komt ondermeer doordat:

  • dieetpreparaten onderling niet uitwisselbaar zijn;
  • de geur, smaak en substantienet als de specifieke samenstelling van nutriënten bepalend zijn voor de keuze die behandelaar en patiënt samen maken;
  • geur en smaak bij ernstige ziektebeelden sterk verschillen van de geur en smaak bij gezonde mensen;

De gemaakte keuze uit een zeer gevarieerd aanbod is dan ook essentieel voor de therapietrouw en daarmee ook voor het slagen van de behandeling.

Nu de maatregel per 1 januari a.s. wordt ingevoerd, terwijl de NZa pas later met haar rapportage komt, dreigt er een vacuüm te ontstaan waarin de inkoopnorm met garantie voor een breed aanbod onduidelijk is en dus door de zorgverzekeraars willekeurig kan worden ingevuld. Een verzekeraar heeft reeds aangegeven dit zeer beperkt te willen invullen.

Doordat de rapportage van de NZa zo lang op zich laat wachten dreigt de zorg voor ondervoedde patienten in de knel te komen. De sector verzoekt de minister dan ook om voor de tussenliggende periode (het jaar 2017) adequate maatregelen te nemen zodat ook in 2017 een breed aanbod van dieetprepraten voor patiënten gegarandeerd blijft.