Groei aantal apneupatiënten leidt tot samenwerking zorgverzekeraar, ziekenhuis, leverancier/dienstverlener

Groei aantal apneupatiënten leidt tot samenwerking zorgverzekeraar, ziekenhuis, leverancier/dienstverlener

Door: FHI Digitale Service

Samenwerking in de waardeketen is in alle branches van FHI een belangrijk uitgangspunt. Het begrip ‘dozen schuiven’ past niet bij technologie. Waarmaken van dit uitgangspunt betekent acceptatie van complexiteit in het zakendoen. Op de website van FHI-lid Total Care staat een zin die in die richting wijst: “Total Care onderhoudt nauwe samenwerkingsverbanden met vrijwel alle zorgverzekeraars en veel ziekenhuizen in Nederland". 

Desgevraagd legt directeur/eigenaar Rob de Groot uit wat daar mee wordt bedoeld en hoe dat werkt. Longarts Erik Kapteijns, van het Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk, is samenwerkingspartner en vertelt zijn ervaringen. Een longarts omdat het hier gaat over ‘facilitaire zorg op respiratorisch vlak,’ patiënten met ademhalingsproblemen en meer in het bijzonder mensen die lijden aan het Obstructief SlaapApneu Syndroom, OSAS.

De Groot schetst hoe het streven naar kostenefficiency enerzijds en toenemende kwaliteitseisen en mogelijkheden anderzijds de betrokken partijen dwingt tot samenwerking en afstemming. “Met name de proefplaatsing van de apparatuur bij patiënten en het hele inregelen per patiënt kan een ziekenhuis niet meer volledig bekostigen uit de intramurale vergoeding via de DOT (DBC Op weg naar Transparantie red). Er moet een gedeelte worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar. Tegelijk is de laatste jaren veel meer bekend geworden over de samenhang tussen slaapapneu en allerlei gerelateerde gezondheidsklachten. Om dat goed vast te kunnen stellen en patiënten via deze vorm van zorg te helpen beter te functioneren is 24/7 dienstverlening nodig van ons als leverancier van zowel apparatuur als de bijbehorende zorg aan huis. Als je weet dat tegelijk het aantal patiënten in Nederland groeit met 15 % per jaar, dan zie je dat daar een flinke uitdaging ligt.” Deze toename van de vraag komt volgens De Groot niet alleen door vergrijzing. “Het probleem wordt veel meer dan vroeger opgemerkt en treedt ook op bij jongere mensen. Er blijkt bijvoorbeeld een duidelijke relatie te liggen met burnout verschijnselen.”

Longarts Erik Kapteijns schetst hoe de samenwerking met zijn ziekenhuis verloopt. “We zochten een bedrijf dat bij ons in het ziekenhuis wilde komen. Om hier ter plaatse met onze verpleegkundigen samen de patiënt van dienst te kunnen zijn. Zij houden nu naast ons spreekuur hun eigen spreekuur. Dat is hoe we ons adagium ‘behandel de patiënt zoals je zelf behandeld zou willen worden’ waarmaken. We kunnen niet meer volstaan met een leverancier die een apparaat levert en vervolgens de deur uitloopt. En de bekostiging loopt ook goed in de combinatie van DOT en zorgverzekeraar.” Het blijkt noodzakelijk te zijn verschillende mogelijkheden van samenwerking aan te bieden. Ziekenhuizen hebben elk weer een eigen policy. Daarbij, er wordt in Nederland geklaagd over zorgverzekeraars, door iedereen. “Maar je moet wel gaan praten met ze” spreekt De Groot uit ervaring “Dat zijn wij gaan doen en omdat we zagen dat de arts-specialist, die het dichtst op de patiënt zit weinig wordt betrokken, doen we dat met hem samen. Als het lukt om een arts en de zorgverzekeraar samen met ons aan tafel te krijgen, dan gaat het lopen.

Rob de Groot draait al heel wat jaren mee in het circuit van FHI, de branche Medische Technologie. “Ik zie veel veranderen. De markt wordt echt transparanter. Daar moeten wij als bedrijf ook in mee. De voordelen ervaar ik ook binnen FHI. We hebben de meerwaarde ontdekt van de workshops die FHI organiseert voor leden. Daar zijn we echt enthousiast over. Met medewerkers van verschillende bedrijven samen een cursussessie doen die rechtstreeks iets oplevert voor de dagelijkse praktijk, dat werkt. Ik houd nu steeds bij welke workshops er aankomen en stuur die informatie dan door naar de mensen bij ons voor wie het relevant is. ‘Zou je daar niet eens aan deelnemen?’ Als ze dan van collega’s horen hoeveel meerwaarde dat geeft, dan valt het kwartje en als ze geweest zijn dan wordt het daarna een euro.”