Bij de renovatie van Kantoor Vol Afval koos het Rijksvastgoedbedrijf zoveel mogelijk voor bestaande materialen. Zelfs een luchtbehandelingskast, koelmachine, klimaatplafonds en verlichtingsarmaturen kregen een nieuw leven. Voor gebouwautomatisering begint daar een interessante vraag: wanneer is een gebruikte installatie geschikt voor een volgend gebouw?

Een luchtbehandelingskast hoeft niet na één gebouw te worden afgeschreven. Bij Kantoor Vol Afval (KaVA) op voormalig Vliegkamp Valkenburg onderzocht het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) hoe ver je kunt gaan met hergebruik bij de renovatie van een kantoor. Materialen uit het gebouw zelf kregen een nieuwe toepassing, aangevuld met onderdelen uit andere donorgebouwen.

Daar bleef het niet bij deuren, wanden of vloeren. Ook installatietechniek werd hergebruikt. Vink Bouw noemt onder meer een luchtbehandelingskast, koelmachine, klimaatplafonds en verlichtingsarmaturen.[1]

Dat maakt KaVA interessant voor gebouwprofessionals. Want een bestaand installatieonderdeel opnieuw toepassen is iets anders dan een nieuw product uit een catalogus selecteren.

Ontwerpen met wat er al is

Bij KaVA stond maximaal hergebruik centraal. Nieuw materiaal was binnen de vijf zogenoemde KaVA-principes de laatste optie. Wanneer het gebouw zelf niet voldoende materiaal bood, zocht het projectteam naar materialen in andere gebouwen. De luchtbehandelingskast en verlichtingsarmaturen behoren volgens het RVB tot de producten die uit zulke donorgebouwen kwamen.

Die werkwijze heeft consequenties voor het ontwerp. Het RVB spreekt daarom van een adaptief ontwerpproces. Het ontwerp van het gebouw en dat van de hergebruikte producten ontwikkelden zich naast elkaar en wisselden voortdurend informatie uit.

Dat draait de gebruikelijke benadering gedeeltelijk om. Niet in alle gevallen wordt eerst een oplossing ontworpen en daarna het bijpassende nieuwe product besteld. Het beschikbare product kan ook invloed hebben op het uiteindelijke ontwerp.

Voor gebouwautomatisering roept dat praktische vragen op. Welke eigenschappen van een bestaande installatie moeten bekend zijn voordat deze opnieuw kan worden ingezet? En wat betekent hergebruik voor regeling, sensoren, interfaces en de verbinding met een gebouwbeheersysteem?

KaVA geeft op die specifieke GA-vragen geen kant-en-klaar antwoord. Het project laat wel zien waarom ze belangrijk worden.

Prestaties aantonen

Een van de lessen van KaVA is namelijk dat van hergebruikte materialen niet altijd dezelfde informatie beschikbaar is als van nieuwe producten. Kwaliteit kan verschillen en prestaties of certificeringen zijn niet altijd eenvoudig aantoonbaar. Het RVB adviseert daarom om hier al bij het formuleren van eisen rekening mee te houden.

Bij hergebruikte binnenwanden werd dat heel concreet. Omdat de akoestische eigenschappen niet volledig bekend waren, werkte het project met bandbreedtes. Tijdens de uitvoering werden de wanden geoptimaliseerd en vervolgens met geluidsmetingen getoetst.

Voor technische installaties ligt daar een vergelijkbare vakvraag. Welke informatie is nodig om te kunnen bepalen of een gebruikt component nog aan de gevraagde functie voldoet? Voor GA-bedrijven gaat het daarbij niet alleen om de fysieke staat van een installatie, maar mogelijk ook om de vraag welke regeltechniek behouden kan blijven en hoe een component in een nieuwe technische omgeving kan worden geïntegreerd.

Van materiaal naar informatie

Daarmee krijgt circulair bouwen voor gebouwautomatisering een extra dimensie. Een luchtbehandelingskast is niet alleen staal, ventilatoren en filters. In een functionerend gebouw maakt zij deel uit van een samenhangend technisch systeem.

Als installaties vaker een tweede leven krijgen, wordt kennis over zo’n installatie daarom belangrijk. Niet alleen wat een component is, maar ook wat het kan, welke prestaties aantoonbaar zijn en hoe het zich tot andere systemen verhoudt.

Het Rijksvastgoedbedrijf gebruikte KaVA nadrukkelijk als leerproject. De renovatie resulteerde volgens het RVB in 39 procent minder CO₂-uitstoot dan eenzelfde renovatie met nieuwe materialen en leverde bijna twintig lessen over hergebruik op.[2]

Misschien is een van de interessantste lessen voor gebouwautomatisering dan ook een vraag die pas ná de renovatie begint.

Een gebruikte luchtbehandelingskast kan naar een ander gebouw. Maar welke technische informatie moet meeverhuizen om hem daar opnieuw betrouwbaar te kunnen gebruiken?

[1] KaVA Kantoor Vol Afval | Vink Bouw

[2] De geleerde lessen uit een kantoor vol afval | Rijksvastgoedbedrijf

Activiteiten

FHI HRM-Actualiteitenseminar 2026
5 november
Young Professionals bijeenkomst
5 november
Training Kennismaking projectmatig werken
17 november
FHI, Federatie van technologiebranches