Elke dag verwerken de laboratoria van het Erasmus MC duizenden monsters die directe invloed hebben op medische beslissingen. Om die stroom sneller, veiliger en toekomstbestendig te maken, brengt het ziekenhuis routinediagnostiek van veertien laboratoria samen in één geautomatiseerde laboratoriumstraat.
In het Erasmus MC worden jaarlijks ruim 675.000 patiëntmonsters verwerkt, goed voor 9,1 miljoen uitslagen. Dagelijks gaan er tussen de 5.000 en 6.000 buizen bloed door het systeem. Bij zulke aantallen zijn snelheid, betrouwbaarheid en kwaliteit geen luxe, maar noodzaak. Voor klinisch chemicus Christian Ramakers was dat in 2023 het moment om de routinediagnostiek van de veertien laboratoria in het Erasmus MC slimmer met elkaar te verbinden in één Total Laboratory Automation-oplossing (TLA).
Academische complexiteit
Ramakers is naast klinisch chemicus ook medisch coördinator van het Diagnostisch Kernlaboratorium, een afdeling die is opgezet om met name hoog geautomatiseerde routinetesten binnen het ziekenhuis centraal uit te voeren. “In perifere ziekenhuizen heb je vaak drie smaken als je het hebt over laboratoriumdiagnostiek: klinische chemie, apotheek en medische microbiologie. Wij hebben er veertien, denk aan aparte labs voor immunologie, virologie, endocrinologie en stolling. Dat hoort bij ons academische karakter en de complexe patiënten die wij zien.” Het kernlaboratorium neemt die laboratoria niet over, benadrukt hij. “We brengen alleen de 24/7 routinetesten samen, zodat de gespecialiseerde labs zich juist kunnen richten op complexe diagnostiek en innovatie.”
De aanleiding voor deze transitie was breder dan alleen het moderniseren van de apparatuur. Efficiënter werken en intensiever samenwerken speelden mee, net als patiëntveiligheid en de verwachte krapte op de arbeidsmarkt. Maar, zegt Ramakers, kostenbesparing was niet het vertrekpunt. “We willen ons academische karakter hoog houden. Dat betekent óók dat je testen in stand houdt die niet kosteneffectief zijn, maar wel essentieel voor onze patiëntenzorg. Denk aan ons BSL3-lab voor hemorragische koortsvirussen zoals ebola. In dit lab staat analyseapparatuur voor het analyseren van hele besmettelijke bloedmonsters die je bijna nooit gebruikt, maar je móét het hebben.”
17 kilometer buizenpost
De nieuwe TLA is in feite een logistiek systeem op laboratoriumschaal. “We hebben zo’n 17 kilometer buizenpost in het ziekenhuis. Monsters komen via dat systeem centraal binnen in een bulkloader, worden automatisch in rekjes geplaatst, de barcode wordt gescand en het systeem weet precies welke testen uitgevoerd moeten worden.” Via een transportsysteem gaan de buizen vervolgens naar de juiste analyzer, waarna ze in een gekoeld archief belanden. “Er is nog steeds menselijk toezicht. In een centrale ‘cockpit’ komen alle uitslagen binnen. Daar vindt een eerste controle plaats: heeft het apparaat gedaan wat het moest doen? Daarna volgt de inhoudelijke autorisatie, waarbij een analist beoordeelt hoe de uitslag zich verhoudt tot eerdere waarden en andere metingen. Pas als die controles zijn doorlopen, gaat de uitslag definitief naar de aanvragend arts.”
Mede-eigenaarschap
Voor analisten verandert het werk al jaren geleidelijk. “Vroeger stond de analist te pipetteren aan de labtafel. Nu zijn het veel meer procesoperators. We bewaken het proces, signaleren afwijkingen en interpreteren resultaten.” Vooral voor de ‘oude garde’ was dat soms wennen. Nieuwe analisten groeien er makkelijker in. Tegelijkertijd vraagt de integratie om extra scholing. “We gaan testen doen die we nooit eerder deden. Dan vragen we bijvoorbeeld virologen en microbiologen om onze mensen daarin bekwaam te maken. We leggen veel nadruk op dit soort mede-eigenaarschap.”
Dat mede-eigenaarschap is cruciaal om scepsis te overwinnen, legt Ramakers uit. “Mensen moeten iets wat ze kennen en beheersen, uit handen geven. Dat vraagt om vertrouwen. We hebben daarom heel bewust gezegd: het kernlaboratorium is niet van ons, maar van ons allemaal.” Een voorbeeld zijn drugs- en medicijnspiegels die voorheen bij de apotheek werden bepaald. “Wij kunnen die testen prima uitvoeren, maar de apotheker blijft verantwoordelijk voor de interpretatie.”
Tropenmaanden
De grootste uitdaging in het bouwen van een nieuwe TLA zit in de overgangsfase. Het laboratorium draait 24/7 door, terwijl ruimtes worden leeggeruimd en apparatuur wordt verplaatst naar een tijdelijk transitielab. “Het is een dunne lijn. Als er iets misgaat, heeft dat direct gevolgen voor de dienstverlening. Het zijn tropenmaanden.” Er is een uitgebreid communicatieplan om collega’s binnen het ziekenhuis mee te nemen in de veranderingen. “En ja, we trakteren veel op appelflappen en worstenbroodjes om onze waardering te laten zien.”
Inmiddels draait het kernlaboratorium al maanden in een transitieruimte. De verbouwde ruimte voor de nieuwe TLA wordt stap voor stap opgebouwd. “Het is net een schuifpuzzel: telkens één vakje vrijmaken om iets anders te kunnen plaatsen.” Op 14 april gaat de kernapparatuur van de klinische chemie live. Daarna volgt de gefaseerde uitbreiding met stolling, microbiologie, virologie en later ook immunologie en endocrinologie. Halverwege 2027 moet het geheel staan. “We liggen nog steeds op schema en binnen budget. Dat is bij dit soort projecten best bijzonder.”
Terugkijkend ziet Ramakers vooral het belang van communicatie. “Je kunt een visie hebben die door de raad van bestuur wordt gesteund, maar als je de werkvloer en je collega medisch specialisten niet meeneemt, kom je nergens. Je moet blijven praten, herhalen, luisteren. Maar soms ook gewoon besluiten durven nemen.” Zijn advies aan andere laboratoria is eenvoudig: “Neem de tijd, betrek je mensen en geef ze verantwoordelijkheid. Het moet geen ivoren-torenproject zijn. Uiteindelijk moet je er met z’n allen komen.”
Wil je meer weten over hoe het Erasmus MC deze Total Laboratory Automation in de praktijk vormgeeft? Tijdens het LabAutomation event op 10 maart 2026 vertelt Christian Ramakers uitgebreid over de keuzes, uitdagingen en lessen uit dit traject.