Onderwerp
Federatief

Willem van Raalte over het 70-jarig jubileum van FHI

FHI viert dit jaar haar 70-jarig jubileum. We spraken met oud-voorzitter Willem van Raalte over de meerwaarde van de vereniging voor de technologiesector en hoe hij zelf zijn lidmaatschap ervaart. “FHI heeft mijn blik verruimd en me laten zien hoe waardevol het is om onderdeel te zijn van een gemeenschap die elkaar vooruithelpt.”

Wat heeft het lidmaatschap van FHI jou gebracht? 

Ik herinner me nog goed mijn eerste FHI‑bijeenkomst. Ik kende nauwelijks iemand, maar binnen een uur stond ik in een kring van ondernemers die met dezelfde twinkeling in de ogen spraken over techniek, innovatie en kansen. Dat gevoel van ‘hier hoor ik thuis’ is altijd gebleven.

Het lidmaatschap heeft me niet alleen kennis gebracht, maar ook mensen die later sparringpartners, collega’s en zelfs vrienden werden. FHI heeft mijn blik verruimd en me laten zien hoe waardevol het is om onderdeel te zijn van een gemeenschap die elkaar vooruithelpt.

Wanneer voelde je voor het eerst dat FHI uitgroeide tot een verbindende kracht in de technologieketen?

Dat moment staat me nog helder voor de geest. Het was tijdens een van de vroege themadagen waar ik bij betrokken was. Ik zag daar hoe bedrijven niet alleen kwamen om te halen, maar ook oprecht bereid waren om te brengen. Leden die elkaar spontaan hielpen, kennis deelden zonder terughoudendheid en ter plekke nieuwe initiatieven optuigden. Je zag de energie verschuiven: FHI was niet langer een verzameling branches, maar een levend netwerk waarin disciplines elkaar versterkten en nieuwe verbindingen ontstonden die niemand vooraf had kunnen plannen. Op dat moment realiseerde ik me dat FHI niet alleen faciliteert, maar ook daadwerkelijk richting kan geven aan hoe de technologische keten zich organiseert.

Is er een koerswijziging waarvan je achteraf denkt dat FHI die eerder had mogen inzetten?

Als ik terugkijk, hadden we misschien eerder mogen erkennen dat de grenzen tussen sectoren vervagen. De echte innovatie ontstaat vaak tussen de domeinen, niet er binnen. Als we die interdisciplinaire blik nog eerder hadden omarmd – van elektronica tot laboratoriumtechnologie en van industriële automatisering tot medische toepassingen – hadden we sommige ontwikkelingen sneller kunnen verbinden. Maar eerlijk gezegd: FHI heeft altijd de kracht gehad om te leren, te bewegen en te groeien. Dat is misschien wel belangrijker dan het moment waarop je begint.

Welke rol zie je voor FHI in de komende decennia nu technologie steeds belangrijker wordt in onze maatschappij?

De rol van FHI wordt alleen maar belangrijker. Technologie raakt steeds nadrukkelijker aan maatschappelijke vraagstukken: energie, zorg, veiligheid, duurzaamheid, ethiek. Ik denk aan gesprekken die ik vroeger voerde met leden over deze thema’s, toen nog losse eilanden. Nu zie je dat alles met elkaar verweven raakt. FHI kan de brug zijn tussen bedrijven, overheid, onderwijs en samenleving. Een gids die niet alleen kennis bundelt, maar ook de dialoog organiseert. Een plek waar technische expertise wordt gekoppeld aan maatschappelijke verantwoordelijkheid. In die rol kan FHI echt het verschil maken.

Welke les uit de geschiedenis van FHI zou volgens jou elke nieuwe generatie bestuurders moeten koesteren?

Als ik één les uit de geschiedenis van FHI zou willen doorgeven aan nieuwe bestuurders, dan is het deze: onderschat nooit de kracht van vertrouwen!

FHI is groot geworden doordat leden bereid waren kennis te delen, elkaar te helpen en samen op te trekken in goede én moeilijke tijden. Dat vraagt om openheid, om luisteren en om het besef dat je als sector sterker staat wanneer je elkaar iets gunt. Ik heb in de loop der jaren vaak gezien hoe dat vertrouwen werkt. Soms ontstond er tijdens een vergadering stevige discussie. Dat hoort erbij wanneer mensen betrokken zijn. Maar even later ging het gesprek weer verder in een sfeer van collegialiteit en respect. Dat soort momenten liet me telkens zien dat verschillen van inzicht geen bedreiging zijn, zolang de basis maar stevig is.

Die cultuur van vertrouwen en samenwerking is misschien wel het grootste kapitaal van FHI. Het is een kracht die ook de komende decennia het verschil zal blijven maken.

Welke boodschap wil je de huidige leden meegeven over de kracht van samenwerking?

Samenwerking heb ik altijd gezien als een bron van vooruitgang. In een tijd waarin technologie complexer wordt en maatschappelijke verwachtingen hoger, kun je het simpelweg niet meer alleen. Door samen te werken creëer je niet alleen nieuwe kansen, maar bouw je ook aan een sector die toekomstbestendig is.

Ik heb vaak gezien hoe samenwerking begint met iets kleins: een vraag tijdens een borrel, een spontaan idee in een workshop, een telefoontje tussen twee leden die elkaar nét iets beter willen begrijpen. Zulke momenten lijken onbeduidend, maar ze vormen vaak de kiem van grote innovaties. Het laat zien dat samenwerking geen formaliteit is, maar een mentaliteit. Het vraagt nieuwsgierigheid, openheid en de bereidheid om te delen en om te erkennen dat jouw succes verbonden is met dat van de sector.

In een wereld waarin technologie sneller beweegt dan ooit, is samenwerking misschien wel onze grootste bron van stabiliteit én vernieuwing. Daarom is mijn boodschap aan de huidige leden helder: zoek elkaar op, deel wat je weet, en wees niet bang om groot te denken! Dat is de kracht die FHI al zeventig jaar vooruit heeft geholpen en die ons ook de komende zeventig jaar zal dragen.

Bekijk de tijdlijn ’70 jaar FHI’ op onze website.

FHI, federatie van technologiebranches