AI-expert adviseert om nú te investeren in AI-toepassingen voor gebouwbeheer
Bedrijven onderschatten de rol van AI in gebouwbeheer, achterstand dreigt
Veel organisaties wachten met investeren in AI-toepassingen voor gebouwbeheer, omdat de technologie nog niet honderd procent betrouwbaar is. Volgens Douwe Groenevelt, voormalig hoofd juridische zaken bij ASML en nu AI-expert bij Datacation, is dat niet verstandig. “De snelheid waarmee AI zich ontwikkelt is ongekend. Wie beslissingen baseert op wat AI nu nog niet kan, loopt binnen enkele jaren achter de feiten aan.”
Groenevelt ziet dat gebouwbeheerders AI vooral reactief inzetten, bijvoorbeeld voor voorspellend onderhoud en het realtime aansturen van installaties. “Ze combineren sensordata, weersinformatie en bezettingsdata om systemen efficiënter te laten functioneren.”
Hoewel dat zeker nuttig is, biedt de technologie veel meer zakelijke kansen. “In het digitale gebouw van de toekomst werken mensen samen met AI-agenten. Deze agenten voeren niet alleen analyses uit op verzoek (zoals chatbots), maar ondernemen zelfstandig acties. Ze verzamelen continu data, wegen scenario’s tegen elkaar af, trekken conclusies en handelen actief.”
Rol gebouwbeheerder verandert
“In de toekomst werken meerdere AI-agenten naast elkaar in één gebouw aan verschillende taken,” vervolgt Groenevelt. “Er zijn bijvoorbeeld aparte agenten voor energiebeheer, onderhoud, veiligheid en bezettingsmanagement. Deze ‘digitale werknemers’ wisselen onderling informatie uit en doen voorstellen voor acties. De gebouwbeheerder bewaakt het geheel en stuurt bij waar nodig. Dat vraagt om andere werkcompetenties, zoals inzicht in datakwaliteit, processen en risico’s.”
Risico’s en mandaat
De toenemende autonomie van systemen brengt ook risico’s met zich mee. “Het belang van governance neemt toe. Als AI-agenten zelfstandig beslissingen nemen, vraagt dat om duidelijke kaders en toezicht. Je moet vooraf bepalen wat een systeem wel én niet mag doen. Zonder die begrenzing kunnen systemen keuzes maken die operationeel of financieel ongewenst zijn. Denk aan een AI-agent die zelfstandig onderhoud laat uitvoeren aan een dak op basis van een onjuiste interpretatie van sensordata. Of nog gekker: een agent die een compleet nieuw dak bestelt zonder dat jij daar iets vanaf weet,” lacht Groenevelt.
Het inrichten van kaders en verantwoordelijkheden wordt een onmisbaar onderdeel van het vak. Een kolfje naar de hand van de voormalig advocaat. “AI vervangt menselijk gebouwbeheer niet, maar de inhoud van de functie zal fundamenteel veranderen. Het zwaartepunt verschuift naar het samenwerken met en aansturen van AI. Dat proces is niet tegen te houden. Het beste dat je kan doen, is je gedegen voorbereiden. Ontwikkel een toekomstgerichte bedrijfsstrategie waarbij je niet uitgaat van de beperkingen van vandaag, maar van de mogelijkheden van morgen.”
Technologie niet de grootste hobbel
Ondanks de technologische voordelen van kunstmatige intelligentie blijkt de implementatie in de praktijk soms moeizaam. Volgens Groenevelt ligt dat meestal niet aan de technologie, maar aan menselijke factoren zoals weerstand tegen verandering of onbekendheid met AI. “Veel organisaties blijven hangen in pilots en losse toepassingen. De stap naar grootschalige inzet vraagt om aanpassingen in werkwijze, besluitvorming en verantwoordelijkheden. En bovenal om een nieuwe manier van denken. Medewerkers moeten AI niet zien als een bedreiging, maar als een kans om beter, efficiënter en sneller te werken.”
In de presentatie ‘Het zelflerende gebouw; agentic AI in gebouwbeheer’ gaat Groenevelt in op de operationele inzet van AI centraal én op randvoorwaarden, zoals datakwaliteit, governance en adoptie. Factoren die in de praktijk vaak doorslaggevend blijken voor succesvol gebruik van AI.
Schrijf je kosteloos in voor het event en de lezing via de website.