Als je verkeerd kiest, voel je het meteen: een flowkast die niet aansluit op je proces, kost je de bescherming die je nodig hebt. Voor wie dagelijks met gevoelige samples, poeders of omvangrijke toestellen werkt, is dat een herkenbaar knelpunt. En precies daarom weegt de richting van de luchtstroom zo zwaar door bij de keuze van een laminaire flowkast.
Binnen laminaire flowkasten bestaan er twee grote richtingen: verticaal en horizontaal. Bij een verticale flowkast wordt lucht via een H14-HEPA-filter bovenaan naar beneden getrokken, over het werkvlak, waarna een deel naar buiten geblazen wordt en de rest opnieuw wordt gerecirculeerd. Een horizontale flowkast werkt net omgekeerd: de lucht komt via een H14-HEPA-filter aan de achterwand binnen en stroomt parallel over het werkvlak, richting de gebruiker.
Verticale flow is de veilige keuze bij omvangrijke apparatuur: grote instrumenten zoals pipetteeropstellingen verstoren de luchtstroom minder snel. Werk je met poeders of fijne stoffen, dan worden die gecontroleerd naar beneden geleid in plaats van rechtstreeks richting jou. Doordat de filters bovenaan zitten, gaat er bovendien minder ruimte verloren aan de achterkant van de kast.
Horizontale flow speelt dan weer haar sterkte uit bij delicaat of snel werk. De turbulentie op het werkvlak blijft minimaal, ideaal voor stappen zoals micro-elektronica-assemblage of gevoelige pipettering. Je handen bevinden zich achter de luchtstroom, waardoor de kans op contaminatie van je samples kleiner wordt. En doordat er geen filterbehuizing boven het werkvlak in de weg zit, werk je met een ongehinderd zicht en comfortabele, ergonomische toegang.
Welke configuratie de juiste is, hangt dus volledig af van je toepassing. Meer weten? Lees de volledige blog over horizontale vs. verticale flow.
