“Als kennisontwikkeling achterblijft, neemt de innovatiekracht af en worden sneller fouten gemaakt. Dan lopen bedrijven achterstand op,” zegt Meijer. Hij is stellig over wat dit betekent voor de manier waarop bedrijven naar hun personeelsbeleid kijken.
Nieuwe mensen vinden is lastig, omscholen kost tijd, dus is investeren in de mensen die er al zijn minstens zo belangrijk als werven. “Daar wordt je bedrijf sterker van, en het helpt om mensen vast te houden.” Op de lijst van vaardigheden die schaars dreigen te worden noemt hij technisch vakmanschap, digitale vaardigheden, cybersecurity, data-analyse en systeemintegratie, maar ook iets minder technisch: goed samenwerken, leidinggeven en omgaan met verandering.
De rol van een federatie
Dat een individueel bedrijf dit soort vraagstukken niet alleen oplost, is voor Meijer geen verrassing. Het is precies de reden dat een organisatie als FHI bestaat. “Als onafhankelijke brancheorganisatie kunnen we leden, branches en vakmensen bij elkaar brengen. Zo hoeft niet ieder bedrijf zelf het wiel uit te vinden,” zegt hij. Vooral kleinere bedrijven, merkt hij, hebben vaak niet de tijd of mensen om opleidingen zelf goed te organiseren. “Zij willen één plek, passende trainingen, en zo min mogelijk gedoe.”
Dat aanbod ontbrak niet volledig, benadrukt Meijer. FHI organiseerde al workshops en trainingen, en binnen de branches bestonden leerlijnen en samenwerkingen met opleiders. “Er was dus best veel aanbod, maar het hing niet altijd goed met elkaar samen.” Wat ontbrak, was structuur: één plek die bestaande leerlijnen en opleiders bij elkaar brengt, hiaten zichtbaar maakt en zorgt voor een duidelijke opbouw.
Van versnipperd naar gebundeld
Dat inzicht vormde het startpunt voor wat nu de FHI Academie heet: een combinatie van federatief aanbod, generiek en bedoeld voor alle branches samen, en branche-specifiek aanbod, toegesneden op elke afzonderlijke branche. De grootste uitdaging was het aantal branches waarmee FHI werkt, elk met eigen vragen en leerlijnen. “De uitdaging was om daar één duidelijke structuur van te maken, met ruimte voor wat per branche nodig is. Dus samen waar het kan, en per branche waar dat nodig is.” Centraal daarin staat het uitgangspunt “van en voor de branche”: eerst luisteren naar wat bedrijven en vakmensen nodig hebben, dan het aanbod sámen met de branche ontwikkelen. Vysta helpt bij de ontwikkeling en uitvoering, maar FHI en de branches bepalen de richting en bewaken dat het aanbod aansluit bij de praktijk van de leden.
Dat onderscheid tussen federatief en branche-specifiek aanbod heeft ook een praktische kant. Vaardigheden als leidinggeven en samenwerken, waar veel vakmensen nooit voor zijn opgeleid maar wel op een dag mee te maken krijgen, horen bij het federatieve aanbod. De inhoudelijke vakkennis die per branche verschilt, wordt juist per branche ontwikkeld.
Kijkje in de toekomst
De basis van het aanbod krijgt volgens Meijer steeds duidelijker vorm: open inschrijving, een training in het eigen bedrijf, maatwerk, en vaste aanspreekpunten die bedrijven snel verder helpen. Waar hij de Academie over twee jaar wil zien, gaat dan ook minder over alleen het aanbod en meer over de vanzelfsprekendheid ervan: dat ieder aangesloten bedrijf de FHI Academie kent, en er vanzelfsprekend naartoe stapt zodra er een vraag ligt over leren en ontwikkelen.
Die groei zit voor Meijer op meerdere niveaus tegelijk: collectief, in de grotere ontwikkelvraagstukken van de sector; bedrijfsspecifiek, in de vertaling daarvan naar één bedrijf; en bij de medewerkers zelf, die zich hun hele loopbaan moeten kunnen blijven ontwikkelen. Die niveaus hangen voor hem samen: wat er in de sector speelt, bepaalt wat bedrijven nodig hebben, en wat bedrijven en medewerkers signaleren, voedt op zijn beurt weer de agenda van de Academie.
Meijer hoopt dat jong talent over vijf jaar zegt dat de sector volop kansen biedt en werk doet dat er echt toe doet: “dat je er niet alleen met mooie techniek werkt, maar ook alle ruimte krijgt om je te blijven ontwikkelen.” Initiatieven als de vakbeurs World of Industry, Technology & Science (WoTS) moeten laten zien hoe breed en maatschappelijk relevant techniek is.
Niets doen kost uiteindelijk meer
Voor ondernemers die zeggen geen tijd te hebben voor ontwikkeling, heeft Meijer begrip, en een tegenwerping. “Zeker in kleinere bedrijven is de tijd beperkt. Maar niets doen kost uiteindelijk meer.” De Academie is er juist om die drempel te verlagen: één aanspreekpunt, geen gedoe met losse aanbieders, en alleen kiezen wat je nodig hebt. Leden kunnen bovendien laagdrempelig en kosteloos sparren over het opleiden en ontwikkelen van hun medewerkers, bijvoorbeeld met Jasper Scherpenborg: advies dat aansluit op hun eigen bedrijf.
Wat Meijer tot slot nog wil meegeven aan de bedrijven is simpel: doe mee, kijk wat bij je bedrijf past, en begin klein als dat moet.
Meer weten over de FHI Academie of sparren over leren en ontwikkelen? Mail naar jasper.scherpenborg@fhi.nl of bel met de FHI Academie op 026 78 100 37.