Uitdagingen bij het monitoren van PFAS

Uitdagingen bij het monitoren van PFAS Door: FHI federatie van technologiebranches

PFAS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Blootstelling in bijvoorbeeld drinkwater of voeding kan leiden tot leverschade of het immuunsysteem aantasten. Maar hoe detecteer je PFAS precies? Tijdens het WoTS-seminarprogramma ‘voedselveiligheid in het lab’ vertelt Ruben Kause van Wageningen Food Safety Research over de uitdagingen.

Kause stelt dat er tijdens zijn lezing diverse aspecten rondom PFAS-monitoring aan de orde komen: “Het onderzoek wat ik bij de WUR doe richt zich op de detectie van PFAS, ook via nieuwe methodes. Tijdens mijn lezing gaat het onder andere over wat deze verschillende detectiemogelijkheden precies zijn en hoe ze werken. Ook belicht ik de moeilijkheden die daarbij optreden.”

Als monitoringspecialist geeft Kause zelf geen inschatting naar de toxiciteit van een bepaalde soort PFAS. Hij meet uitsluitend: “Ik kan zelf geen antwoord geven op de vraag of PFAS in voeding een groot probleem voor de volksgezondheid vormt, want ik ben geen toxicoloog. Die vraag ligt bij het RIVM. Ik kijk puur naar de vraag hoe kun je verschillende soorten PFAS meten.”

Bronnen van PFAS

Daarvoor kijkt de Wageningen Food Safety Research naar tal van mogelijke bronnen: “We meten alles rondom de voedselketen”, zegt Kause. “Van bodem tot drinkwater, van voedingsmiddelen tot verpakkingsmaterialen. Wij krijgen vooral verschillende soorten water binnen, van oppervlaktewater en grondwater tot drinkwater. Maar ook veel voedingsmiddelen, vaak van dierlijke herkomst als vlees en vis. Met name vis is een bekende bron van PFAS, zeker als ze gevangen worden rondom gebieden met veel industrie. Maar we doen ook metingen bij groentes.”

Een aantal bekende PFAS-varianten wordt continu gemonitord, zegt de onderzoeker: “We maken onderscheid tussen PFAS die we standaard monitoren en PFAS-soorten die buiten ons vaste monitoringprogramma vallen. Een aantal soorten PFAS die breed zijn toegepast en waarvan bekend is dat ze gezondheidsschade geven, zitten in ons vaste programma. Daarbij kijken we met ons meetsysteem heel gericht naar die bepaalde componenten. Maar er zijn meer dan zesduizend verschillende soorten, dus we doen ook onderzoek naar methodes voor gerichte targeting voor het meten van meer onbekende PFAS-varianten.”

“We moeten op termijn ook overstappen naar nieuwe meetmethodes om alle PFAS-varianten waarin we geïnteresseerd raken, goed te kunnen meten. Zo doe ik onderzoek naar de detectie van zogeheten monoPAPs. Dat zijn fosfaten. Deze soort bleek lastig te detecteren, maar dat is gelukt.”

Lezing

Tijdens zijn lezing op 27 september, gratis te bezoeken als onderdeel van de World of Laboratory, hoopt de jonge onderzoeker meer inzicht te geven over de uitdagingen rondom PFAS-monitoring. Maar ook hoopt hij meer enthousiasme voor het vak op we wekken: “Ik hoop toch een bewustwording bij het publiek te creëren over hoe complex het kan zijn om bepaalde PFAS-varianten te detecteren. Ook hoop ik mensen warm te maken voor het analysevak. Dat zou heel mooi zijn.”