Kalibratieprocesssen en uitdagingen in een groot milieulaboratorium

Kalibratieprocesssen en uitdagingen in een groot milieulaboratorium

Door: FHI, federatie van technologiebranches

Goed gekalibreerde apparatuur is noodzakelijk om kwaliteit in een laboratorium te kunnen garanderen. Bij SYNLAB Analytics & Services heeft Corina van Eijk vrijwel dagelijks met kalibratieprocessen te maken. Op de WoTS vertelt Van Eijk over de uitdagingen die daar bij komen kijken.

Bij SYNLAB worden grond-, water- en luchtmonsters op organische en anorganische milieuparameters getest. Dat kan oplopen tot 3000 monsters per dag. Deze samples worden in de twee geaccrediteerde laboratoria van SYNLAB gecontroleerd.

De hoeveelheid apparatuur die bij SYNLAB voor kalibratie in aanmerking komt is indrukwekkend: er zijn ongeveer 3500 apparaten in gebruik, waaronder 120 gaschromatografen, 6 elektronenmicroscopen en 10 HPLC’s. Maar het gaat ook om pipetten, stoven, injectienaalden en ovens.

Onderlinge verschillen

Bij haar werk als Manager QHSE, Procurement & Logistics bij SYNLAB probeert Van Eijk de kalibratieprocessen in de diverse labs te stroomlijnen. Wel zijn er, ondanks Europese regels en normen verschillen tussen lidstaten: “Wij worden door de RVA geaccrediteerd. Die heeft bepaalde ideeën over hoe je dat moet doen. Het Franse Cofrac is strikter in kalibraties voor bepaalde apparatuur. In Spanje hebben we een audit gehad van ENAC. Die organisatie heeft weer haar eigen interpretaties hoe je om moet gaan met meetonzekerheden bij een thermokoppel. Dat maakt het lastig, omdat je verschillende procedures hebt die in andere landen niet goedgekeurd worden.“

Volgens Van Eijk heeft elk land zijn eigen focus als het om certificering van kalibraties gaat: “De RVA heeft zijn eigen technische documenten. Blijkbaar is de ISO/IEC 17025-norm niet duidelijk genoeg of wordt deze op diverse manieren geïnterpreteerd, want elk land schrijft zijn eigen technische documenten daar omheen”, aldus Van Eijk.

Op de werkvloer bij SYNLAB wordt herleidbaar gekalibreerd en gecontroleerd, vertelt Van Eijk: “Je moet kalibreren niet als een extra taak in het productieproces zien, het moet onderdeel uitmaken van het gehele proces. Het is goed als mensen zelf die analyses uitvoeren ook de bijbehorende controles en kalibraties uitvoeren. Daarvoor gebruiken we een bepaalde planning voor alle hulpmiddelen, zoals voor de stoven en koelkasten.”

Digitaal aansturen

De procedures voor kalibratie worden zoveel mogelijk digitaal aangestuurd, maar volgens Van Eijk zijn er nog procedures die verbeterd kunnen worden: “We lopen er tegen aan dat er voor sommige taken nog Excelsheets nodig zijn. Dat is niet altijd handig. Maar als er wijzigingen zijn moet je dat in ieder geval duidelijk communiceren en eventueel mensen trainen.”

Tijdens haar voordracht zal Van Eijk dieper ingaan op de uitdagingen die op het gebied van kalibratie en controles komen kijken bij een groot milieulaboratorium. Daarbij gaat het niet alleen om de kalibratie van kritische apparatuur en niet-kritische apparatuur, maar ook om (deel)processen die de grootste risico’s in kaart kunnen brengen. En eventuele oplossingen kunnen verrassend eenvoudig zijn: “We proberen het ook lean aan te pakken door het visueel te maken. Zoals een stickertje op een pipet”, zegt Van Eijk.